bestemming bergeijk

Zoeken


« Terug Kernen » Bergeijk » Historie van Bergeijk

Historie van Bergeijk

 


Websites:

www.geschiedenisbergeijk.nl

www.bergeijk.nl

www.vvvbergeijk.nl/go/vvv_bergeijk_historie_geschiedenis
 

You Tube filmpje: Ansichten kernen Bergeijk

 

Het gebied waarin het hedendaagse Bergeijk ligt was al sinds de tijd van de Rendierjagers bewoond, waarvan tal van archeologische vondsten getuigen. Ook uit de urnenveldencultuur resteerden er tal van grafheuvels, waar onder andere de amateur-archeoloog Petrus Panken veel onderzoek naar heeft verricht.

 

De oudste vermelding van het dorp is uit 1137, toen de plaats voorkwam in de goederenlijst van de Sint-Jacobsabdij te Luik (stad) Luik. Niet alleen deze abdij, maar ook de kerk van Thorn had hier invloed, terwijl Bergeijk ook een heerlijkheid was, die tevens dorpen als Westerhoven, Riethoven, Dommelen, Borkel en Schaft en Luyksgestel omvatte. De heren behoorden aanvankelijk tot het geslacht Van Eijk. Later kreeg de Hertog van Brabant geleidelijk meer invloed. 

 

De kerken van de omliggende dorpen waren ondergeschikt aan de Sint-Petruskerk van Bergeijk, maar geleidelijk werden dit zelfstandige parochies. Omstreeks het jaar 1000 moet op de plaats van de huidige Hofkerk reeds een houten kerkje hebben gestaan. Dit werd later door een tufsteen Romaans kerkje vervangen, waarna de huidige Hofkerk is gebouwd. 

 

In 1331 verleende hertog Jan III van Brabant gemeenterechten aan de inwoners van Bergeijk en Westerhoven. Dit hield in dat zij van de woeste gronden gebruik konden maken. Dit recht werd in 1544 bevestigd door Karel V van het Heilige Roomse Rijk. 

 

Bergeijk, Westerhoven en Riethoven behoorden tot 1468 tot de schepenbank van Eersel, maar daarna verleende Karel de Stoute aan Bergeijk het recht om een eigen schepenbank te benoemen. Hiervan maakten Bergeijk, Westerhoven, Riethoven, Borkel en Schaft en Dommelen deel uit, terwijl Luyksgestel hier geen deel van uitmaakte, daar dit tot het Prinsbisdom Luik behoorde. Dommelen werd in 1561 van de schepenbank afgesplitst. 

 

Er lag een kasteel in de buurtschap Lijnt, enkele honderden meter ten zuidoosten van Hof (Bergeijk). Hier woonde het middeleeuwse geslacht Bacx. In 1587 werd dit kasteel verwoest als gevolg van de Tachtigjarige Oorlog. De ruïne was nog tot in de 19e eeuw zichtbaar. Toen Filips II van Spanje geld nodig had, gaf hij in 1626 de heerlijkheid Bergeijk uit. Deze omvatte ook Riethoven, Westerhoven, en Borkel. Gerard van Broeckhoven, een schepen uit 's-Hertogenbosch, werd de eerste heer. In 1658 was de verpanding afgelost, maar nu waren de Staten-Generaal van de Nederlanden de baas, en was Bergeijk een Statendorp.

 

In 1648 werd de uitoefening van de katholieke godsdienst voor enige tijd verboden, en moest men zijn toevlucht nemen tot een grenskerkje op de heide van Luyksgestel, dat niet tot de Republiek behoorde. Wel kwam er een Hervormde predikant, die van de genaaste katholieke kerk gebruik kon maken. De katholieken kregen in 1798 hun kerk weer terug, en in 1812 kregen de protestanten een eigen kerk. De economie was voornamelijk agrarisch, maar vanaf 1600 was er ook handel door de teuten, vooral haarteuten. Op het einde van de 19e eeuw kwam er wat industrie: zuivel, metaalwaren en, in 1923, Weverij de Ploeg, die echter in 2007 gesloten werd.  


« Terug print deze paginaprintvriendelijke versie